Eureka! Hard werken wordt beloond! Mijn vertrouwen in de mensheid wordt hersteld….of toch niet?

Via de mail ontvang ik de uitnodiging voor de baan waar ik al een jaar op aas. Ik ben door naar de eerste ronde. Als ik de uitnodiging mag geloven was er een onverwacht grote belangstelling voor de functie, maar ik mag mijzelf een van de gelukkigen prijzen. Samen met nog elf ‘concurrenten’ word ik over een kleine week, op een woensdagmorgen, verwacht bij een zoommeeting. Ik zal daar een Pitch mogen geven van maximaal tien minuten waarna het gesprek binnen een half uur afgerond zal worden met een vraag en antwoord spel.

Let wel, om bij deze mensen binnen te komen heb ik genetwerkt als een malle. Ik heb mezelf in de linies geworpen, een halve dag veldwerk gedaan met een medewerker, de contactlijntjes warm gehouden met andere mensen die dicht bij dit vuur verkeren en eigenlijk alles in mijn macht gedaan, om dit moment te bereiken.

De mail komt binnen en daarmee heb ik 90% van de mededingers achter me gelaten (er waren meer dan 100 sollicitanten). Je zou daarmee verwachten dat ik een bruisend gevoel vanbinnen krijg. Een stap dichterbij mijn doel…..De ultieme job is binnen handbereik!

Maar vreemd genoeg is het tegenovergestelde het geval. Ik sla dicht. Ik voel me inspiratieloos. Een boos gevoel woedt in mijn binnenste.

Met zo’n instelling kom je er natuurlijk niet!

Een pitch. Duur: tien minuten. Ik mag mezelf daarbij digitaal ondersteunen en er is een volledig vrije invulling. Dat is het aanbod voor de eerste ronde. Ik lees: een heleboel werk voor een moment waarop ik de ‘tegenpartij’ mag entertainen, in afwachting van een trechter die leidt naar mijn achtentwintigste afwijzing. Ik hoor u denken: ‘Ja, met zo’n instelling ga je er natuurlijk niet komen!’

In het kader van schuld toeschuiven, mag u gelijk hebben. Met zo’n instelling kom je er niet. Maar de ervaringen van het afgelopen jaar hebben dit bij mij teweeggebracht. De energie is eruit. Ik ervaar solliciteren als ‘hopeloos’. Als trekken aan een dood paard.

Het helpt eerlijkheidshalve ook niet mee dat het weekend wat ertussen ligt het eerste weekend in een jaar tijd is dat ik onze drie kinderen ‘uitbesteed’ heb gekregen en er een weekend van stilte en rust voor me lag. Iets waar ik, gezien de energie die solliciteren mij kost, meer dan aan toe was. Die wordt mij met deze pitch ontnomen.

In plaats van rust en stilte kan ik niet slapen. Ik woel me suf in mijn bed, omdat ik me realiseer dat ik met mijn C.V. een ongelijke strijd aanga. Ik moet iets verzinnen waardoor men mij ‘koopt’, mij de baan ‘gunt’, mij aardig vindt zonder dat ik als een bedreiging overkom. Het weekendje bezinning en ontspanning valt daarmee in het water.

Toch ga ik er (hoe dan ook) tegenaan!

Ik snauw naar mijn man, omdat ik zijn hulp nodig heb met het in elkaar zetten van filmpjes om inspiratievolle, motiverende footage te creëren. Ons weekendje van even op adem komen, wordt een weekend van afwegingen maken, filmen, inspiratie zoeken, marketing neerzetten en editen. Opgeven is geen optie. Dus ik zoek alsnog naar dé ingang om een onuitwisbare indruk achter te laten en de tegenstanders naar mijn kamp over te charmeren.  Na twee volledige werkdagen (jaja, ons hele weekend dus) heb ik mijn tien minuten pitch. Laat woensdag maar aantreden.

Precies op de dag dat onze overheid besluit de scholen maar weer dicht te gooien, mag ik strijden voor ‘de’ baan. Met ferme instructies naar mijn kinderen dat ze zich koest moeten houden gedurende een half uur, sluit ik me op in een bezemkast om te ‘shinen’. Dit is mijn moment! Dit is mijn kans! Toos Baanloos, don’t you blow it!

Here we go!

Na de eerste beleefdheden uitgewisseld te hebben, word ik uitgenodigd om van wal te steken met mijn pitch. Met een druk op de knop start mijn tien minuten durende film waarin ik pitch over verbinding, over menselijke waarden, over mijn kracht en jazeker, ook over mijn leerproces en minder sterke kanten. Door de kracht van Zoom observeer ik mijn publiek. Kan ik ze boeien? Wanneer zie ik een glimlach? Wanneer grijpen ze naar hun koffiekopje en zie ik de gedachten afdwalen? Ik probeer te lezen en in te schatten, zodat ik de resterende twintig minuten perfect kan aansluiten bij wat ik heb geobserveerd gedurende mijn pitch. Het is topsport op een nieuw niveau.

Het filmpje eindigt en ik sluit mijn gedeelde scherm. We starten het gesprek met vragen die te verwachten waren en die ik deze week met een andere medewerker al voorbereid had. Ik denk daarmee oprecht dat de antwoorden die ik geef correct zijn. Op het moment dat de leidinggevende aan het woord komt, zijn zijn woorden lovend. “Toos Baanloos, wat een positieve energie. Mag ik je complimenteren over je pitch? Er zal één ding zeker zijn; we gaan je zeker niet snel vergeten!”

oh oh…

‘Pang!’ Binnen in mij knapt er iets. Met deze woorden is mijn strijd gestreden. Hoe een compliment zo duidelijk weer kan geven dat de deur dicht zit en wellicht aan de voorkant al niet eens open heeft gestaan.

Ik sta in de boksring, handen op ooghoogte gebald. Aan de lijn zie ik drie teamleden die al ‘binnen’ zijn en die de wedstrijd bepalen. Ik sein naar mijn andere ‘ik’, die mij in de hoek staat aan te moedigen. En met een frons op het gezicht zie ik haar de handdoek pakken en met een zwaai de lucht ingooien. De handdoek dwarrelt door de lucht om als een gevallen engel in de boksring te landen. Ik geef het op.

Wanneer mij de vraag wordt gesteld of ik nog vragen aan hen heb, weet ik dat ik een vraag móet stellen. Anders faal je in dit proces. Anders rond je het niet correct af. Maar wat niet snel gebeurt, gebeurt nu toch. Ik sla dicht. Ik begin te raaskallen. In de sales zouden ze het wellicht ‘overselling’ genoemd hebben.

Ondertussen razen allerlei vragen door mijn hoofd. Zal ik vragen over de functie? Nee, want dan lijkt het alsof ik me niet goed heb voorbereid. Zal ik vragen over wat voor collega ze eigenlijk zoeken? Nee, want dat weten ze al lang en dat kan alleen maar ten nadele van mij zijn. Nutteloze vraag.

“Vraag, Toos! Vraag, Toos! Dóe iets!!”  Ik val stil en dan rollen de volgende woorden over mijn lippen: “Wat zouden jullie doen als jullie in mijn positie zouden zitten? Hebben jullie tips hoe ik het beste dit soort gesprekken kan aangaan?”

De drie teamleden vallen even stil en dan zegt de teamleider: “Maar Toos, je bént nu toch met ons aan tafel? We zijn nu toch in gesprek?”

En het enige wat Toos nog kan zeggen, is: “Tsja……”

En dat was het…

Het gesprek is afgerond. Ik sluit de bezemkastdeur en loop naar de keuken waar mijn man afwachtend naar mij kijkt.  Ik reflecteer. Ik draai het gesprek alle kanten op en weet in mijn core dat ik niet binnen ben. Heb ik gefaald? Nee, niet echt. Heb ik verkeerde antwoorden gegeven? Nee, zeker niet. Heb ik de pitch niet goed gedaan? De pitch was complimentwaardig, dus daar ligt het niet aan. Heb ik geen correcte vraag gesteld? Zeker. Hoewel….het toonde mijn kwetsbaarheid en het was eigenlijk de enige vraag die er werkelijk toe deed. Maar ik voel het aan alles. Dit gaat het niet worden, dit ging het niet worden, dit zal het niet worden.

Het niet-zo-verrassende telefoontje…

Twee dagen later word ik gebeld. Middels een vriendelijke, empathische stem aan de andere kant van de lijn ontvang ik mijn achtentwintigste afwijzing. Ik had eigenlijk niets verkeerd gedaan, maar ze zien mij eigenlijk meer werken op ‘die en die afdeling’. Had ik daar al aan gedacht?

De ultieme frustratie, machteloosheid en wanhoop is mij nabij. Die afdeling wijst mij namelijk juist weer naar hen toe. Iets met een kastje en een muur….En ik breek aan de telefoon. Zeer onprofessioneel, ik geef het toe. Hikkend, huilend, snotterend aan de telefoon biecht ik op dat ik er klaar mee ben mensen te ‘inspireren’, klaar ben met de complimenten die nergens maar dan ook nergens toe leiden, klaar ben met het trekken aan dit morsdode paard.

De man aan de lijn probeert mij op te beuren. “Maar Toos, je doet het hartstikke goed, hoor! De manier waarop je dit aanjaagt: netwerkend, veldwerkend, is wel echt dé manier, hoor! En je hebt meer dan 90 andere sollicitanten achter je gelaten! Ik herken je frustratie. Ik heb zelf drie jaar zonder baan gezeten, voordat ik binnen kwam. Dus hou vol! Echt, uiteindelijk zal het je gaan lukken!”

Maar de bekende druppel laat mijn emmertje ongegeneerd overlopen. Er is geen houden meer aan. Ik probeer mijn stem te beheersen, de hik uit mijn keel te krijgen terwijl ik nog enigszins mijn menswaardigheid probeer te herpakken. En met mijn meest professionele restje eigenwaarde wens ik hem het beste voor de aankomende feestdagen.

Ik leg de telefoon neer. En ik bedenk me dat er één ding als een paal boven water staat. Als mijn pitch mij ‘onvergetelijk’ maakt, heeft dit telefoongesprek gegarandeerd een werkelijke onuitwisbare indruk achter gelaten. Dat is me dan wel gelukt. Een onvergetelijke, onuitwisbare herinnering aan een inspirerende, positieve energie brengende, verbaal sterke, gebroken, huilende, snotterende sollicitant. Succesvol in mijn onvergetelijk zijn.

Wil je voorgaande berichten van Toos Baanloos lezen. Klik dan hier.

Toos Baanloos
Toos Baanloos

Welkom in de wereld van Toos Baanloos!
Terwijl corona om zich heen grijpt, neemt Toos Baanloos je op een innemende, maar open manier mee in haar wereld van sollicitaties, het netwerken en het brieven schrijven. Op een observerende wijze stelt zij de aannames, de valkuilen en de uitdagingen die er zijn om jezelf ‘op afstand’ in de markt te zetten en te verkopen, aan de kaak. Leef met haar mee in haar zoektocht naar werk tijdens Covid-19 en vraag je af:

Hoe zou het voelen om naar werk te moeten zoeken in een tijd waar afstand, onrust en paniek de nieuwe normaal is? En wat zou ik doen als ik in Toos Baanloos haar schoenen zou staan?